woensdag 27 februari 2013

Disclaimer


Voor we verder gaan het volgende:

Opeens bedenk ik mij: wat nou als mijn prachtige,  mijn magnifiek slechte intenties aanvechtbaar blijken? Ik heb mijn hoogstaande doelen, het artistiek vieren van een grootse rancune en het chambreren van te lang geleden gebottelde gedachten. Maar wie zegt me dat die verheven redenen niet gezien zouden kunnen worden als een banale poging andere mensen te kwetsen of hen in hun nering te schaden? Hoe ver wil ik gaan? En hoe ver mag ik gaan? Waar liggen de wettelijke grenzen van mijn mogelijkheden en waar begint het domein van de Strafbare Feiten? Het is handig dit van tevoren te bepalen.
Het enige dat ik wil is het openbaar maken van mijn ervaringen. Ik wil dit doen op een prachtige manier, met alle schwung en inzet, groots, en zo raak als maar mogelijk is. Maar… wel binnen de kaders van de wet, al zou het alleen maar zijn om veilig te zijn voor juridische stappen; ik geef toe dat mij de moed ontbreekt voor een dergelijke zelfvernietigingsactie.

De wet staat niet altijd aan de kant van de kunstenaar, vooral niet als hij zich van strafbare feiten bedient als medium… Daar kan ik, als groot principieel voorstander van de rechtsstaat, respect voor hebben. Maar waar houdt het openbaar maken van de eigen ervaringen op en begint het strafrechtelijk gebied van Smaad & Laster? Laat ik dat, eerst onderzoeken, zodat ik mij kan verdiepen in wat de kaders zijn waarbinnen ik mij mag uiten.
“Smaad is het zwartmaken van een ander door deze in het openbaar van feiten te beschuldigen waaraan hij of zij zich schuldig zou hebben gemaakt, zonder dat wordt gehandeld uit noodzakelijke verdediging of dat te goeder trouw kon worden aangenomen dat deze feiten waar zijn en dat het algemeen belang vereiste dat de feiten naar buiten werden gebracht. Het doel is het ruïneren van de reputatie van het slachtoffer.”

Ik weet niet in hoeverre mijn verdedigingsstelling houdbaar blijft als ik zeg: ja, er is wel sprake van een noodzakelijke verdediging, want mijn opgespaarde ervaringen zijn een te zware last om mee te dragen, en ja, de feiten die ik ga benoemen zijn allen waar, en nee, het doel is niet het ruïneren van een reputatie maar het beschrijven van een waarheid in onvergankelijk bloeiende kwade schoonheid.

“Laster is het zwartmaken van een ander door deze in het openbaar te beschuldigen van zaken waarvan degene die de beschuldiging uit weet of had moeten weten dat deze onwaar zijn. Het doel is het ruïneren van de reputatie van het slachtoffer.”

Ik neem aan dat ik de wet goed begrepen heb dat ik geen laster pleeg zolang ik geen onware dingen meld. Dat komt goed uit want er zijn meer dan genoeg waarheden te gebruiken om mijn rancune te vieren en, mocht dat zo uitkomen, onterechte reputaties bij te stellen. Maar zelfs in geval van waarheden, dan nog zou het gezien kunnen worden als smaad.
In de grond van de zaak ligt het als volgt: men mag niets openbaar maken van andere mensen, zelfs niet als het de waarheid is, als het als doel (of gevolg?) zou hebben de reputatie van die ander te ruïneren. Dan maakt men ‘slachtoffers’. Waar ik mezelf niet als slachtoffer zie van slechte werkgevers, zo wil ik ook hen niet zien als slachtoffer van mijn rancune. Integendeel: zij zijn het slachtoffer van hun eigen hebzucht en gebrek aan fatsoen, en mijn rancune heeft slechts schoonheid tot doel. Zij, mijn ex-werkgevers en ex-collega’s, zijn, integendeel, de grootste profiteurs van mijn rancune! Het zal ze aan de vergetelheid ontrukken door ze als hoofdpersonen op te voeren, in plaats van hen te laten wegzakken in de kleinburgerlijke bezinkput die anders hun deel zou zijn.

In de jurisprudentie vind ik verder: “Ook de waarheid vertellen kan smaad zijn. Pas wanneer de bewering in het algemeen belang is, is het toegestaan.” Over het begrip ‘algemeen belang’ valt lang te praten. Maar tevens: “Een puur feitelijke mededeling kan geen smaad zijn.”
Als ik het zo bekijk zal ik één veer moeten laten voor mijn hoogmis van rancune en dat is dat ik de namen van betrokkenen soms zal moeten vervangen door ‘bedachte’ of initialen in de gevallen van anekdotische verhalen. Maar misschien is het helemaal geen gelaten veer maar zelfs een groot voordeel. Een andere afweging is namelijk: kies ik voor het droogweg openbaar maken van de waarheid of kies voor de kwaliteit van de tekst? Dat is een makkelijke keus: de tekst, altijd. Wellicht geeft het schrijven over pseudoniemen zelfs wel een grotere vrijheid en, daarmee, een grotere kracht aan de tekst.

Ondanks mijn artistieke vrijheid wil ik hier aan ieder de mogelijkheid bieden mij te vragen bepaalde geschriften aan te passen als ze het niet met de strekking, diens beeldvorming of diens gevolgen eens zijn. Het lijkt me dat ik op deze wijze alles gedaan heb om de kwaliteit van de tekst te waarborgen, tevens die van de openbaarheid, en om aan strafvervolging te ontkomen. En daarmee is het dan nu de hoogste tijd een begin te maken met het verhaal.

dinsdag 26 februari 2013

Voorwoord

Het enige dat ik ooit van mijn werkgever op tijd kreeg was mijn ontslagbrief.

Met deze regel moest het beginnen dacht ik ooit. Dat was in een tijd dat ik nog vertrouwen had in bittere humor. Naast al het andere ben ik die bitterheid nu ook al kwijt.

Meer dan elf jaar werkte ik voor een loon net boven de armoedegrens voor een kwaadaardig klein bedrijfje. De omstandigheden waren barbaars, de bedrijfsleiding kwaadaardig en stompzinnig en het werk werd met de dag benarder doordat alles leugenachtig bleek en de beste mensen maakten dat ze er wegkwamen. Maar ik nam iedere plaag voor lief en bleef er werken. Waarom? Die vraag zal nog uitgebreid aan de orde komen. Dat doet er niet toe op dit moment.
Feit is dat ik bleef. Ik werkte constructief en optimistisch maar met iedere dag een illusie armer en gestaag afnemende motivatie. Hoewel ik beter wist, bleef ik mezelf voorliegen dat het een redelijk fatsoenlijke organisatie moet zijn en noemde ik mijn collega’s mijn vrienden. Dan, van de ene dag op de andere, wordt je gemeld dat je ontslagen zal worden en kom je er achter dat je bazen volslagen eerloze figuren zijn niet weten hoe snel ze van je af kunnen komen en je het liefste de straat uit willen schoppen. En die collega’s, waarvoor je door het vuur gegaan zou zijn, toonden zich als kleuters, achterbakse zwakkelingen die alle fatsoensnormen aan de kant zetten en geen woord meer van zich lieten horen.

Door tactische uiterst zwak opereren door de directeur en haar corrupte advocaat, duurt het ontslag lang maar komt het er uiteindelijk door omdat er mensen bij het UWV zitten te slapen die de leugens en misdadige praktijken laten passeren. En dan zit je thuis… met al je herinneringen en de geur van bittere amandelen. Dan is er nog maar één mogelijkheid: schrijven.

Denkt u niet dat ik schrijf om op een ordinaire manier na te trappen. Denk ook niet dat ik genoegen beleef aan het kwetsen van mensen: dat is iets dat ik nog moet leren. Dit is ook geen gewone wraak... dat is voor zwakkelingen. Wraak zal van een hogere instantie dan van mij komen. Wat ik wil is de rancune zijn… rancune omgevormd tot schrijfkunst. Een afgesplitste persoonlijkheid die in cape en donkere hoed die op mistige nachten geruisloos over straat gaat van schaduw naar schaduw in een wolk van absynth.

Jawel, ik schrijf uit rancune, dat geef ik toe. Waarom zou schrijven uit rancune slecht zijn? Rancune heeft onterecht zo’n slechte naam denk ik. Ik ben er trots op uit rancune te schrijven! De mensen hebben het alleen nog niet op een hoger plan weten te trekken en zijn blijven hangen in kleinzielige vuilspuiterij. Ik ben van plan te schrijven uit de hoogste gradatie van rancune: rancune als kunst. Bevlogen, begeesterde, bezield rancune. Ik heb niet de minste verwachting dat dit schrijven de ogen bereikt van mijn voormalige vrienden, of dat het iets uithaalt. Daarover heb ik zelfs niet de minste illusie. Ik heb er ook geen doel mee.

De enige mogelijkheid voor mij is de haat om te zetten tot iets groots… een Hoogmis van Rancune, een finale, rauwe, ontvelde afrekening... een dieppaarse wolk van zwavel & wierook die de slechtheid laat bloeien met dampende gifkelken en schel gelach vanuit de torens… En mogelijk een trap tot pure, etherische woordroes. Ach ja... Laat de dienst beginnen!

maandag 25 februari 2013

Na de reclame

Gedurende enkele jaren werkte ik op een klein kantoor in het landelijke plaatsje De Goorn. In het pand was een reclamebureau gevestigd, te weten Jet Set Studio. Ik zal hier enkele herinneringen opschrijven om ze levend te houden, de goede herinneringen te vieren en de mindere te recyclen tot goede herinneringen.